Wij kiezen elk schooljaar voor een nieuw jaarthema. Hiervoor inspireren we ons steeds op een evangelietekst.

Dit jaarthema wil een inspiratie zijn voor het leven en de begeleiding op school.

Zo krijgen leerkrachten en leerlingen een impuls om elke dag vol enthousiasme aan de slag te gaan.

Thema 2019-2020: Handen vol Hoop
Evangelietekst

Het vanzelfgroeiende zaad (Mc. 4,26-29)

Gods nieuwe wereld

26 Jezus zei tegen de mensen: “Gods nieuwe wereld lijkt op een man die zaad gestrooid heeft op het land. 27 Die man gaat slapen en staat weer op. Elke dag opnieuw. Intussen groeit het zaad in de grond, en het wordt koren. Hoe dat gebeurt, weet die man niet. 28 Het is de aarde zelf die het laat groeien. Van de eerste groene puntjes tot het koren vol graankorrels. 29 Zodra het koren rijp is, snijdt de man het af. Want dan is de tijd van de oogst gekomen.” 

Bijbel in Gewone Taal, 2014

De parabel van het zelfgroeiende zaad – bij de tekst

“Met het koninkrijk van God gaat het als met…” zo begint een heel groot aantal gelijkenissen die iets van Gods nieuwe wereld willen laten zien. Het verhaal over het vanzelfgroeiende zaad komt in deze vorm alleen bij de evangelist Marcus voor. De gelijkenissen die Jezus vertelt zijn eigenlijk verhalen die ons als luisteraars willen doen nadenken en reflecteren over ons eigen leven.

In het begin van zijn vierde hoofdstuk (de parabel van de zaaier) legt Marcus de nadruk op de manier waarop men naar het woord van God moet luisteren. Een luisteren dat zoekt naar inzicht en gericht is op engagement (bekering en vrucht dragen). Naar het einde van dit hoofdstuk (gelijkenis van het zelfgroeiende zaad en het mosterdzaad) kondigt hij aan wat het vooruitzicht is: het rijk Gods zal uiteindelijk doorbreken.

Waarmee kan men het Rijk Gods vergelijken? Jezus zoekt beelden, vergelijkingen en verhalen om zich verstaanbaar te maken. Hij vindt moeilijk woorden om te spreken over wat Hem boeit en gaande houdt, omdat zijn onderwerp (het Rijk Gods) zo ongewoon is dat de gewone taal dit onmogelijk kan weergeven. Dit spreken in gelijkenissen biedt mogelijkheden. Zo kan deze parabel zoveel oproepen dat men er nooit op uitgekeken raakt. Tegelijkertijd schudt deze parabel ons wakker omdat men zich afvraagt: wat heeft Jezus daar nu mee bedoeld?

Het valt op dat de zaaier in deze parabel een passieve houding heeft. Nadat de man het zaad gestrooid heeft, doet hij niets meer. Deze passieve houding drukt uit wat de luisteraar van het verhaal ervaart bij de gedachte aan het Rijk Gods of – anders gezegd – Gods nieuwe wereld.

Jezus geeft met vers 28 een antwoord. Het is de aarde zelf die het laat groeien. Zoals de man de aarde het verdere werk laat doen, zo moeten christenen ook God zijn werk laten doen. Het groeiproces, maar ook het rijpingsproces, blijft een mysterie. Enkel God is verantwoordelijk voor de geloofsgroei en de uitbreiding van Zijn ‘nieuwe wereld’. Jezus’ woorden willen ons op weg helpen en ons perspectief geven.

We moeten ons leven hoopvol toevertrouwen aan Gods werkzame kracht in ons. Het is zoals de man die elke dag gaat slapen en weer opstaat. Jezus geeft in dit verhaal de luisteraar dus hoop. God is er en laat niemand in de steek. Wij gaan slapen en staan weer op. Hij slaapt niet. Hij wekt tot leven en geeft groeikracht, ook al zie je het niet onmiddellijk.

De parabel van het zelfgroeiende zaad - betekenis voor ons vandaag?

Als luisteraar ervaren wij misschien ook Gods werking vanuit die passieve houding waarmee de man het zaad heeft gezaaid en daarna niets meer doet? God lijkt zich afwezig op te stellen in de wereld. Het lijkt wel alsof Hij zich verbergt voor de mens. Laat Hij de komst van die ‘nieuwe wereld’ op z’n beloop? Waar is God vandaag? Interesseert Hij zich (nog) aan de toekomst van het geloof en van de Kerk?

God werkt in elke gelovige. Beseffen en geloven we dit wel voldoende? Meer nog: laten we God écht Zijn werk in ons doen? Zijn we beschikbaar om met Hem samen te werken? Staan we open voor het groeiperspectief dat ons wordt aangereikt? Vele handen maken niet alleen het ‘zaaiwerk’ licht, maar scheppen ook een grotere verbondenheid…

In de hoopvolle tijd tussen het zaaien en het oogsten groeit het zaad in de grond en wordt koren. Hoe dat gebeurt weten we niet maar dat het gebeurt geloven we. We vertrouwen erop dat het gezaaide zaad uiteindelijk groeit van de eerste groene puntjes tot het koren vol graankorrels.

De parabel van het zelfgroeiende zaad - betekenis voor ons op school?
Hoop doet leven, hoop doet leren. Ook wij hier in onze school steken zoals de zaaier de handen uit de mouwen. Onze school is een school waar geleefd en geleerd kan worden, waar geweend en gelachen mag worden, waar gedeeld en verdeeld kan worden, waar gedragen en verdragen kan worden, waar inspiratie en Inspirator zichtbaar en tastbaar worden.

In onze school is de hoop nooit weg maar altijd op weg! We zijn op zoek naar wie wanhoopt, naar wie zich klein en alleen voelt, naar wie zich onbegrepen en verongelijkt voelt. Hopelijk kan onze school ook groeikracht aan kinderen en jongeren geven die de toekomst in zich dragen en uitdragen.

Het werkwoord hoop moeten we in de praktijk omzetten! Hoop is het zaad waaruit de wereld van morgen groeit. Als school proberen we er handen vol van te geven. Zo laat ons onderwijs met aandacht voor de talenten het zaad ontkiemen en groeien.

De realisatie van Gods’ nieuwe wereld is niet te danken aan de inspanning van mensen, maar aan het werk van God. Wij kunnen alleen de grond voorbereiden en zaaien. Al het andere ontsnapt aan onze greep en is uiteindelijk een wonder. We kunnen ons bij dit wonder de volgende vragen stellen:

  • Wanneer, hoe, waar ben ik zaaier?
  • Wie is zaaier in mijn leven?
  • Wanneer, hoe, waar ben ik aarde?
  • Wie is de goede grond van mijn leven?
  • Wanneer, hoe, waar ben ik zaad?
  • Wat is het elke dag gaan slapen en weer opstaan?