“Zoveel leerlingen, zoveel verschillen, zoveel mogelijkheden”

Onze school staat open voor alle basisschoolverlaters en instromers in de eerste, tweede en derde graad.

De rijkdom aan waarden en normen, (geloofs-)overtuigingen en referentiekaders biedt kansen, maar houdt eveneens uitdagingen in.

Iedere leerling zal vanuit haar/zijn achtergrond haar/zijn levenservaringen een plaats (moeten) geven. Dit leidt tot een grote verscheidenheid aan begeleidingskansen en -vragen zowel op het vlak van leren als van ‘samen’ leven.

In een goed onderbouwd en georganiseerd zorgbeleid wordt elke leerling gezien in haar/zijn totaliteit. Ons uitgangspunt is het bevorderen van ieders welzijn en welbevinden op school. We geloven dat dit ook een positieve invloed heeft op het functioneren van de leerling in haar/zijn netwerkrelaties buiten de school.

Omdat elke leerling uniek is als persoon, willen we iedereen de kans geven eigen talenten en mogelijkheden te ontdekken en te ontwikkelen.

Hierbij spelen alle personeelsleden een belangrijke rol: vakleerkrachten, klastitularissen, leerlingenbegeleiding, directie, ondersteunend personeel en het CLB.

Ieder personeelslid van onze school is belangrijk in een goed functionerend zorgbeleid. Regelmatig onderling overleg (leerlingenbegeleiding, klassenraden …) en een goed georganiseerde uitwisseling van de meest relevante gegevens (leerlingvolgsysteem) zijn daarom belangrijk.

In ruime zin verstaan we onder “zorg”:

— het geheel van activiteiten die vanuit de school worden ondernomen,
— gericht op de begeleiding van de persoonlijke, sociale en culturele ontplooiing van jongeren,
— waarbij leraren ondersteund worden binnen de begrenzing van hun opdracht,
— in relatie tot het geheel van educatieve activiteiten van de samenleving.

Met “algemene zorg” verwijzen we naar initiatieven van ondersteuning die alle leerlingen ten goede komen. Het gaat daarbij om initiatieven die betrekking hebben op de socio-emotionele begeleiding, de remediale begeleiding, het taalbeleid, de orde en tucht en de studiekeuzebegeleiding.

Omdat we het stigmatiserend effect van extra zorg zoveel mogelijk willen beperken, kiezen we ervoor het algemeen zorgbeleid zo ruim mogelijk uit te bouwen. Daarom spreken we over het oog voor “brede zorg” op onze school. Daarnaast wordt indien nodig ingezet op individuele of specifieke zorg.

fot20

DE TAAK VAN DE VERSCHILLENDE PARTNERS IN HET ZORGPROCES

Een goed zorgbeleid houdt in dat er rekening gehouden wordt met de draagkracht van elke betrokken partner. Daarom wordt er in voldoende ondersteuning voorzien, rekening houdend met ieders rol in het zorgbeleid.

We hebben als hoofdbekommernis in het zorgbeleid dat elke (klas-)leraar in haar/zijn klas streeft naar de realisatie van die voorwaarden die het welzijn en welbevinden van de leerlingen garanderen. Leerlingen willen, net als hun ouder(s), op elk ogenblik terecht kunnen bij hun leraar of de leerlingenbegeleiding.

De specifieke rol die de verschillende partners opnemen in het opvoedings/zorg proces worden verder behandeld.

De vakleraar

— bewaakt de inzet/houding/motivatie van elke leerling;
— bevordert de motivatie van haar/zijn leerlingen door het gebruik van activerende werkvormen;
— beoordeelt de leerprestaties voor zijn/haar vak;
— schat de vakproblemen in elke klas goed in;
— neemt zijn/haar rol op bij het “leren leren” bij de leerlingen;
— voert een goed klasmanagement;
— volgt afspraken op met leerlingen, de klastitularis, de leerlingenbegeleiding;
— observeert en begeleidt de sociale omgang van de leerlingen in de klas;
— draagt binnen zijn vak zorg voor het taalbeleid van de school;
— daagt alle leerlingen uit om zo het maximum uit zichzelf te halen.

De klasleraar

— voelt zich extra verantwoordelijk voor de leerlingen van zijn/haar klas en is in voldoende mate beschikbaar/bereikbaar;
— is voor de leerlingen een vader-/moederfiguur;
— bundelt de opmerkingen van alle vakleerkrachten tijdens een klassenraad
— is “de coach” van zijn/haar klas voor zowel de resultaten als het welbevinden van de leerlingen;
— neemt zijn/haar rol op in een eventueel orde- en tuchtproces en in het sanctioneringsbeleid in het algemeen;
— stimuleert de positieve contacten tussen leerkrachten en leerlingen enerzijds en leerlingen onder elkaar anderzijds.

De leerlingenbegeleiding

— beschikt over de deskundigheid en de vaardigheden om de leerlingen te begeleiden en door te verwijzen waar nodig;
— werkt nauw samen met alle leerkrachten en geeft de leerkrachten ondersteuning en feedback;
— beheert het leerlingenvolgsysteem en de afwezigheden;
— neemt zijn/haar rol op in een eventueel orde- en tuchtproces;
— neemt de pedagogische opvolging rond afwezigheden op;
— neemt contact op met externe diensten waar nodig.

Het ondersteunend personeel

— neemt zijn rol op in het opvoedingsproces van leerlingen, via het bemoedigen van leerlingen, het doen naleven van de leefregel …

De directie

— maakt deel uit van de leerlingenbegeleiding;
— coördineert het hele zorgbeleid;
— neemt zijn/haar rol op in het orde- en tuchtproces.