Onderwijs op maat van elke leerling

Elke leerling is anders.
Elk leerling leert anders.
Elke leerling is de moeite waard.

 

Inleiding

Als school streven we ernaar een school te zijn die rekening houdt met de behoeften van individuele leerlingen en die leerlingen uitdaagt om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen ontwikkeling.

Hierbij vinden we het als school onze plicht rekening te houden met de verschillen in leerstijl, tempo en belangstelling. We waarderen leerlingen in hun kunnen en begeleiden hen in hun groei naar volwassenheid. We brengen het nodige geduld op om elke leerling zich in zijn totale persoonlijkheid te laten ontwikkelen.

We zijn ervan overtuigd dat talentgericht onderwijs, gebaseerd op ‘ruimte voor talenten’, activerende werkvormen, participatie en begeleid zelfstandig leren, zich er uitstekend toe leent om dit elke dag waar te maken. Leren binnen het Inspirocollege betekent immers zelf competenties opbouwen op grond van de informatie om je heen, met de leraar als begeleider van het leerproces. Hij/zij stuurt die informatie en kijkt of de leerlingen die kunnen verwerken. Leerlingen vragen meer informatie en gaan die uitproberen. Op die manier komen ze tot begrip: de actieve leerling als partner van de actieve docent. Gezien de verschillen in leerstijl, tempo en belangstelling is differentiatie binnen dit proces uiteraard essentieel.

 

Omschrijving

Onder differentiëren verstaan we het structureel omgaan met verschillen tussen leerlingen in functie van de te bereiken doelen en een zo hoog mogelijk leerrendement.

Structureel: het rekening houden met verschillen tussen leerlingen zit standaard ingebed in ons onderwijs, ongeacht het vak en/of de leerkracht. Het gebeurt niet occasioneel.

 

Omgaan met verschillen: elke leerling is anders. Dat betekent dat er heel wat verschillen tussen leerlingen kunnen waargenomen worden. Die verschillen situeren zich op verschillende vlakken: tempo, leerstijl, interesses, talenten, welbevinden, motivatie, gender …

In functie van de te bereiken doelen: differentiëren betekent variëren in doelen en in  de manier waarop de doelen bereikt worden. Het betekent geenszins een verlaging van die doelen. De eindtermen blijven de minimumdoelstellingen (leef- en leerdoelen) die we voor alle leerlingen nastreven.

Een zo hoog mogelijk leerrendement: daar waar eindtermen de minimumdoelstellingen zijn waarnaar we streven, is het de plicht van elke leerkracht het maximum uit elke leerling te halen, ook als dat ver boven het gemiddelde ligt.

 

Aanpak

Door te differentiëren streven we ernaar tegemoet te komen aan de feitelijke klassituatie waarin zowel leerlingen zitten die het moeilijk hebben, als leerlingen die een uitdaging zoeken om zich verder dan de “gemiddelde leerling” te verdiepen in de leerstof.

Als uitgangspunt voor onze differentiatie nemen we steeds de motivatie van de leerling. Naarmate de motivatie toeneemt, neemt immers ook het leerrendement toe. Hoe meer de leerlingen gemotiveerd zijn om in een les aan de slag te gaan, hoe meer ze tijdens de les zullen verwerven. We trachten de motivatie van de leerlingen te verhogen door steeds te vertrekken van de eigen leefwereld en interesses van de leerlingen en die geleidelijk te verruimen. Daarnaast zal ook de functionaliteit van de leerstof de interesse en motivatie aanwakkeren en zin geven aan het leren.

Concreet streven we ernaar binnen onze school te differentiëren op drie sporen: naar leerstijl, naar tijd en tempo, en tot slot naar inhoud en moeilijkheidsgraad.

Differentiëren naar leerstijl

Leerlingen verschillen in de manier waarop ze leren. In hun leerproces kan je verschillende fases onderscheiden, zoals het verzamelen van informatie, het toetsen van nieuwe inzichten of het nadenken over dingen die je overkomen. De psycholoog Kolb deed hiernaar onderzoek en onderscheidde vier fases: concreet ervaren, waarnemen en overdenken, concrete begripsvorming, actief experimenteren.  Deze vier fasen volgen logisch op elkaar: als je iets meemaakt (ervaring) is het belangrijk daarna je ervaringen te overdenken (reflectie) en te veralgemenen (begripsvorming). Je kan dan een aanpak bedenken waarmee je een gelijkaardige gebeurtenis tegemoet kan treden (experimenteren). Het is mogelijk de leerfasen in een andere volgorde te doorlopen of een fase over te slaan. Wanneer echter fasen worden overgeslagen of te snel doorlopen, daalt het leerrendement.

Het leerproces zoals hierboven beschreven, kan je zien als een cyclisch proces van vier fasen dat idealiter altijd in dezelfde volgorde wordt doorlopen. Leerlingen hebben echter voorkeuren voor bepaalde fasen uit die cyclus: ze beginnen bij voorkeur in één fase en besteden er het meeste tijd aan. Die voorkeur bepaalt de leerstijl van een leerling: zo onderscheidt Kolb de volgende vier leerstijlen: doener, bezinner, denker en beslisser.

Onze school tracht in te spelen op deze verschillen in leerstijl door zoveel mogelijk te variëren in werkvormen. Op die manier zijn we ervan overtuigd dat de voorkeurleerstijl van elke leerling aan zijn trekken komt, maar dat anderzijds iedereen ook wordt uitgedaagd om ervaringen op te doen met de overige leerstijlen. Dit laatste is nu net essentieel om te komen tot een optimaal leerrendement. Afwisseling in activerende werkvormen creëert op die manier kansen voor elke leerling om te groeien. De brede waaier aan werkvormen kan gaan van de meer leerkrachtgestuurde tot de volledig zelfgestuurde aanpak.

 

Differentiëren naar tijd en tempo

Leerlingen verschillen sterk in de tijd die ze nodig hebben om zich kennis, attitudes en vaardigheden eigen te maken. De ene leerling is hier heel vlot in en vraagt extra uitdagingen, de andere leerling heeft dan weer meer tijd en/of begeleiding nodig.

Wij zijn ons hier als school terdege van bewust en trachten er maximaal rekening mee te houden via ons begeleid zelfstandig leren. Het grote voordeel van begeleid zelfstandig leren is dat leerlingen kunnen werken volgens hun eigen tempo. Wie dat wenst, kan vooruitwerken. Wie moeite heeft met een bepaald leerstofonderdeel, krijgt de kans daar intensief mee bezig te zijn. Waar de leerstof het toelaat en/of waar dat nodig is, worden remediëringsoefeningen voorzien voor die leerlingen die moeilijkheden hebben met bepaalde onderdelen.

Differentiëren naar inhoud en moeilijkheidsgraad

Zoals vermeld in bovenstaande alinea verschillen leerlingen sterk wat betreft de tijd die ze nodig hebben om zich kennis, attitudes en vaardigheden eigen te maken. Dit heeft onvermijdelijk tot gevolg dat er ook verschillen optreden in de inhoud en de moeilijkheidsgraad van leerstof die leerlingen zich (kunnen) eigen maken. Een goede leerstofopbouw met heldere doelen is essentieel om doelen op maat te formuleren. Niet iedere leerling kan in dezelfde tijd even ver komen. Dus als het tempo van de leerlingen

verschilt, is het niet te vermijden om als leerkracht ook flexibel om te gaan met de doelen. Op die manier zorgen we ervoor dat iedereen binnen zijn leertraject het hoogst mogelijke rendement haalt. Laat er geen misverstand over bestaan, de eindtermen blijven voor alle leerlingen de te bereiken doelstellingen. Maar de moeilijkheidsgraad van een eindterm kan door tal van factoren beïnvloed worden. Als school vonden we het belangrijk dat leerlingen vooral uitgedaagd worden binnen een voor elk van hen haalbare moeilijkheidsgraad. Het is aan de leerkracht om hier ee goed zicht op te hebben en gepast op in te spelen.

Heldere doelen vormen een basisvoorwaarde, maar ook instructie en oefening op maat zijn onontbeerlijk. Zo kan het geven van instructies op vele manieren gebeuren. Het instructiemoment kan bijvoorbeeld verschillen in lengte en in de mate waarin de leerkracht sturend optreedt of zelf dingen laat ontdekken. De oefenmomenten kunnen met of zonder de hulp van de leerkracht gebeuren. We streven er in elk geval naar dat de leerlingen zonder hulp aan de slag gaan. Het zelfstandig beheersen van de leerstof blijft immers het einddoel.

Naast doelen op maat en instructie en oefening op maat is, bij het effectief omgaan met verschillen tussen leerlingen, tot slot een goede, representatieve evaluatie noodzakelijk. Op die manier geven we leerlingen een helder beeld van hun prestaties en hun leerproces. Dit leidt op korte termijn tot een gepaste remediëring en op lange termijn tot een betrouwbare, gefundeerde oriëntering en een positief, genuanceerd zelfbeeld.  Concreet streeft de school ernaar om binnen de evaluatie een mooi evenwicht weerspiegeld te zien tussen de verschillende moeilijkheidsgraden die je voor elke eindterm/leerplandoelstelling kan aanbrengen. De school stelt hier een streefcijfer voorop van 70%-30% voor wat betreft onder- en middenkant enerzijds en bovenkant van de doelstelling anderzijds.