Zoveel leerlingen, zoveel verschillen, zoveel mogelijkheden.

In onze school zijn alle basisschoolverlaters en instromers welkom binnen de studierichtingen van onze school. Wij willen het welzijn en welbevinden van elke leerling op school bevorderen: we geloven dat dit een positieve invloed heeft op het functioneren van de leerling, ook in zijn activiteiten buiten de school.

Een goed georganiseerd zorgbeleid bekijkt elke leerling in zijn geheel. Elke leerling is uniek en wij willen iedereen de kans geven zijn eigen talenten en mogelijkheden te ontdekken en te ontwikkelen. Alle personeelsleden zijn hierin belangrijk: de vakleerkrachten, ‘talent’leerkrachten, klastitularissen, leerlingenbegeleiding, studiebegeleiders, directie, ondersteunend personeel en het CLB. Daarom vinden wij een regelmatig overleg (leerlingenbegeleiding, klassenraden …) en een uitwisseling van de meest relevante gegevens (leerlingvolgsysteem) belangrijk.

Voor onze school is de zorg voor leerlingen een belangrijke pijler en we voorzien hiervoor de nodige infrastructuur, middelen en uren.

Inspirocollege zorg op school
Wat is zorg?

Zorg omvat alle activiteiten vanuit de school voor de begeleiding van de persoonlijke, sociale en culturele ontplooiing van jongeren in relatie tot het geheel van educatieve activiteiten van de samenleving. Leraren worden hierbij ondersteund binnen de grenzen van hun opdracht.

We onderscheiden “algemene zorg” en “specifieke zorg”. Wij willen als school het stigmatiserend effect van extra zorg zoveel mogelijk beperken en kiezen er dus voor het algemeen zorgbeleid zo ruim mogelijk uit te bouwen.

 

RUIME ALGEMENE ZORG

Dit zijn initiatieven van ondersteuning die alle leerlingen ten goede komen.

Socio-emotionele begeleiding

We proberen het sociale netwerk rond de leerling mee uit te bouwen zodat de leerlingen zich maximaal kunnen ontplooien. Het welbevinden van de leerling is belangrijk en betekent dat de leerlingen zich op psychisch, fysisch en sociaal gebied goed voelen in onze school en daarbuiten. Een goed persoonlijk welbevinden is een vereiste om te komen tot leren in de brede betekenis van het woord.

Preventie en remediale begeleiding

Dit zijn alle activiteiten die gericht zijn op het voorkomen en/of wegwerken van leerproblemen en leerachterstand: een aangepaste studiemethode, een studieplanning maken, ‘leren leren’, inhaallessen volgen, begeleide avondstudie, vaardigheden inoefenen via meer en/of andere/moeilijkere oefeningen, bijkomende uitdagingen bij de leerstof, … . De passende begeleiding wordt opgestart in samenspraak met de vakleerkrachten en de klastitularis.

Talenbeleid

We proberen leerinhouden werkelijkheid gebonden en ervaringsgericht aan te bieden. Zo leren de leerlingen probleemoplossend omgaan met leerinhouden in een zinvolle situatie. Dit helpt leerlingen om de abstracte, wetenschappelijke taal van sommige vakken te verbinden aan de concrete klaspraktijk.

Leerlingen worden niet beschouwd als (lege) vaten die door de leraar moeten worden gevuld met kennis. Heel wat vakken, zoals wiskunde, aardrijkskunde geschiedenis,… willen leerlingen inwijden in een bepaalde wetenschap: het beschrijven van de werkelijkheid in algemene begrippen. Dit is een abstracte vorm van taal, die ver ligt van de alledaagse taal. Deze taal begrijpen en gebruiken is niet evident voor de leerlingen. Daarom willen we dat elk vak volop aandacht besteedt aan het toegankelijker maken van de lesinhouden voor de leerlingen.

Orde en tucht

Om het algemeen welzijn te bevorderen, is het belangrijk dat er afspraken zijn. Ook in een school. Deze afspraken hebben we in een leefregel gegoten, na overleg tussen de directie, de personeelsleden, de leerlingen en hun ouders.

Elk personeelslid heeft een voortrekkersfunctie in het doen naleven van de leefregel met voorbeeldgedrag als uitgangspunt. Voor de leerlingen streven we naar een positief zelfbeeld. We verwachten van hen dat zij zich de leefregel eigen maken, door hen de zin van de gemaakte afspraken te laten inzien. Daarom hebben we dagelijks oog voor het positief gedrag van de leerlingen want dat vraagt om bevestiging. Positieve bevestiging zorgt er ook voor dat we de leerling kunnen wijzen op het niet naleven van de leefregel. De leerling moet voelen dat het in de zorg op school gaat om bevestiging krijgen en, indien nodig, om sanctionering.

Wanneer leerlingen er niet in slagen de leefregel na te leven, moeten we ingrijpen. Elk personeelslid moet ongewenst gedrag proberen te vermijden en een leerling aanspreken op ongepast gedrag. Als het gaat om herhaald ongepast gedrag of echt grensoverschrijdend gedrag wordt in het belang van de leerling en in het verlengde van de aard van het gedrag een passende sanctie opgelegd. Indien nodig voorzien we begeleidende maatregelen. Tuchtmaatregelen (vb. tijdelijke of definitieve uitsluiting) beschouwen we als uitzonderlijk en worden alleen toegepast wanneer de feiten ons ertoe dwingen.

Wij vinden het belangrijk om altijd het waarom van een straf toe te lichten. Alleen zo wordt de straf als zinvol ervaren. Het is ook een leermoment waarop nadenken over hun eigen handelen.

Het is onze opdracht om in het opvoedings- en vormingsproces op school het zelfbeeld van leerlingen te verbeteren. We willen dat leerlingen goed leren praten en luisteren en hun gedrag positief beïnvloeden zodat ze gezond leren denken en handelen in relatie tot zichzelf en anderen.

Studiekeuzebegeleiding

Op school zijn er activiteiten om leerlingen beslissingsvaardig te maken en zich te ontwikkelen in het vormen van een realistisch, positief zelfbeeld. Dat houdt in dat leerlingen niet alleen beslissingen moeten nemen, maar ook leren reflecteren over hun beslissingsproces. Zo worden ze geconfronteerd met hun sterke en minder sterke kanten/mogelijkheden. Leerlingen leren om zichzelf goed in te schatten (zelfevaluatie) is een belangrijke opdracht en goede communicatie met de leerling en zijn ouders is daarbij noodzakelijk.

 

SPECIFIEKE ZORG

Extra zorg zijn alle initiatieven voor een specifieke doelgroep van leerlingen. Het zijn initiatieven die naast de algemene zorg een bijkomende zorg verlenen aan leerlingen met een specifieke problematiek, voor zover ze de draagkracht van de school niet overschrijden. We denken bijvoorbeeld aan leerlingen met gedragsproblemen, leerstoornissen, …

Aanpak

Een goed zorgbeleid houdt rekening met de draagkracht van elke betrokken partner. Daarom zorgen we voor voldoende ondersteuning, rekening houdend met ieders rol in het zorgbeleid. De hoofdbekommernis in het zorgbeleid is dat elke (klas-)leraar in haar/zijn klas streeft naar het welzijn en welbevinden van de leerlingen. Leerlingen willen, net als hun ouder(s), op elk moment terecht kunnen bij hun leraar of de leerlingenbegeleiding.

De vakleraar

  • bewaakt de inzet/houding/motivatie van elke leerling
  • bevordert de motivatie van haar/zijn leerlingen met activerende werkvormen
  • beoordeelt de leerprestaties voor zijn/haar vak
  • schat de vakproblemen in elke klas goed in
  • neemt zijn/haar rol op bij het “leren leren” bij de leerlingen
  • voert een goed klasmanagement
  • volgt afspraken op met leerlingen, de klastitularis en de leerlingenbegeleiding
  • observeert en begeleidt de sociale omgang van de leerlingen in de klas
  • draagt binnen zijn vak zorg voor het taalbeleid van de school
  • daagt alle leerlingen uit om het maximum uit zichzelf te halen.

De klastitularis

  • voelt zich extra verantwoordelijk voor de leerlingen van zijn/haar klas en is voldoende beschikbaar/bereikbaar
  • is voor de leerlingen een vader-/moederfiguur
  • bundelt de opmerkingen van alle vakleerkrachten tijdens een klassenraad
  • is “de coach” van zijn/haar klas voor de resultaten én voor het welbevinden van de leerlingen
  • neemt zijn/haar rol op in een eventueel orde- en tuchtproces en in het sanctioneringsbeleid in het algemeen
  • stimuleert de positieve contacten tussen leerkrachten en leerlingen enerzijds en leerlingen onder elkaar anderzijds.

De leerlingenbegeleiding

  • beschikt over de deskundigheid en de vaardigheden om de leerlingen te begeleiden en door te verwijzen waar nodig
  • werkt nauw samen met alle leerkrachten en geeft de leerkrachten ondersteuning en feedback
  • beheert het leerlingenvolgsysteem en de afwezigheden
  • neemt zijn/haar rol op in een eventueel orde- en tuchtproces
  • neemt de pedagogische opvolging rond afwezigheden op
  • neemt contact op met externe diensten waar nodig

Het ondersteunend personeel

  • neemt zijn rol op in het opvoedingsproces van leerlingen
  • via het bemoedigen van leerlingen
  • het doen naleven van de leefregel

De directie

  • maakt deel uit van de leerlingenbegeleiding
  • coördineert het hele zorgbeleid
  • neemt zijn/haar rol op in het orde- en tuchtproces

Het CLB

  • volgt problematische afwezigheden op
  • ondersteunt de leerlingenbegeleiding

Voor meer informatie i.v.m. de werking van het CLB: www.vclb-koepel.be