Deze richting combineert een ruime vorming in talen met inzicht in het economisch leven. Wil je ons economisch systeem doorgronden? Het je een ruime realiteitszin, een accuraat beoordelingsvermogen en een brede kijk op de economische realiteit? Wil je zoeken in de media naar verbanden met de theorie? Als je op al deze vragen positief kunt antwoorden, dan is deze richting voor jou geschikt.

In het vakgebied economie leer je op een actieve manier nadenken over de economische gebeurtenissen van elke dag. In de derde graad wordt het vak economie opgesplitst in twee onderdelen: algemene economie en bedrijfswetenschappen. Economische vraagstukken worden daarbij ook wiskundig geanalyseerd.

Bij moderne talen gaat de aandacht naar een grotere ontwikkeling van de communicatieve vaardigheden, naar de reflectie op taal en de kennismaking met anderstalige literatuur. Moderne talen spreken je echt aan. Je verdiepen in teksten, discussiëren in de vreemde taal, standpunten verdedigen, boeken lezen, kennismaken met belangrijke auteurs van vroeger en nu, projecten maken in verband met taal of literatuur: al deze elementen zijn eigen aan deze richting.

Voor welke leerlingen?

Je kunt deze richting volgen als je in de tweede graad aso een richting met economie met succes hebt afgerond. Als je goed bent in moderne talen, en geboeid bent door economie, dan kun je deze studierichting volgen.

Lessentabellen:

5de jaar 6de jaar
Aardrijkskunde 1 1
Duits 2 3
Engels 3 3
Esthetica 1 1
Frans 4 3
Geschiedenis 2 2
Godsdienst 2 2
Economie 4 4
Lichamelijke opvoeding 2 2
Natuurwetenschappen 2 2
Nederlands 4 4
Talentuur 2 2
Wiskunde 4 4

Deze richting combineert de zin voor het logisch-mathematisch denken met het denken rond de economische realiteit. De moderne vreemde talen blijven evenzeer belangrijk.
Wil je ons economisch systeem doorgronden? Het je een ruime realiteitszin, een accuraat beoordelingsvermogen en een brede kijk op de economische realiteit? Wil je zoeken in de media naar verbanden met de theorie? Als je op al deze vragen positief kunt antwoorden, dan is deze richting voor jou geschikt.

In het vakgebied economie leer je op een actieve manier nadenken over de economische gebeurtenissen van elke dag. In de derde graad wordt het vak economie opgesplitst in twee onderdelen: algemene economie en bedrijfswetenschappen. Economische vraagstukken worden daarbij ook wiskundig geanalyseerd.

In de derde graad ga je de wiskundige redeneertaal verder uitdiepen. Je wordt geconfronteerd met problemen met een hogere moeilijkheidsgraad en ontwikkelt een wiskundige denkmethode. Je wordt uitgedaagd om wiskundige problemen zelfstandig aan te pakken. Zo krijg je de kans om te groeien in zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

Voor welke leerlingen?

Indien je een goed inzicht hebt in wiskunde en geboeid bent door economie, dan kun je deze studierichting volgen. Om deze richting te volgen moet je in de 2de graad aso economie gehad hebben. Je hebt ook best een aso-studierichting met 5 uren wiskunde achter de rug. Kom je uit een richting met 4 uren wiskunde, dan moet je bereid zijn om zelfstandig de ontbrekende kennis bij te werken.

Lessentabellen

5de jaar 6de jaar
Aardrijkskunde 1 1
Biologie 1 1
Business English 1 1
Chemie 1 1
Duits 0 0
Economie 4 4
Engels 2 2
Esthetica 1 1
Frans 3 3
Fysica 1 1
Geschiedenis 2 2
Godsdienst 2 2
Lichamelijke opvoeding 2 2
Nederlands 4 4
Talentuur 2 2
Wiskunde 6 6

Gezondheids- en welzijnswetenschappen is een studierichting met een aantal pijlers: een algemeen vormende, een psycho-pedagogische, een zorgkundige en een wetenschappelijke. Het is een sociale studierichting die zich richt op de studie van de omgang met de mens in al zijn aspecten. In het vak psychologie en pedagogie bestudeer je het gedrag en de ontwikkeling van de mens. In het vak gezondheid en welzijn bestudeer je de gezondheid van de mens. Je werkt aan je eigen persoonlijkheid en aan je sociale vaardigheden. Hiernaast nemen ook de toegepaste wetenschappen een belangrijke plaats in deze studierichting in.

Via stages krijg je een realistisch beeld van het brede werkveld in de sociale- en gezondheidssector en de welzijnszorg, zowel bij volwassenen, bejaarden als kinderen. De stages zijn observerend en reflecterend van aard; je zal stilstaan bij de ruime sociale kaart en nadenken over de verschillen. In de seminaries werk je rond thema’s die je beeld op het werkveld nog vergroten.

Voor welke leerlingen?

Als je sociaal bent, graag met mensen omgaat, graag in team werkt  en verantwoordelijkheidsgevoel hebt, als toegepaste wetenschappen je interesseren, als je later liefst met mensen wil werken in de verpleging, in de welzijnssector of in een andere sociale richting, dan is deze studierichting misschien iets voor jou.

Na de 2de graad SW kan je naar de 3de graad GWW. Instromen na een vierde jaar vanuit een andere richting kan, als je voldoende interesse en motivatie hebt, en enige basiskennis hebt van wetenschappen.

Lessentabellen:

5de jaar

6de jaar

Aardrijkskunde

1

1

Engels

2

2

Frans

2

2

Geschiedenis

1

1

Gezondheid en welzijn

3

3

Godsdienst

2

2

Lichamelijke opvoeding

2

2

Nederlands

3

3

Psychologie en pedagogiek

3

3

Stage/seminaries

4

4

Talentuur

2

2

Toegepaste biologie

4

4

Toegepaste chemie

1

1

Toegepaste fysica

1

1

Wiskunde

2

2

Als je kiest voor Latijn, dan kies je voor een vorming waarin het taalkundige, het literaire en het culturele een belangrijke plaats innemen. Latijn is een taal die aan strakke regels en wetmatigheden gebonden is. De taal leent zich dan ook uitstekend voor de analyse van zakelijke, historische en juridische teksten. Door haar eigen aard draagt de studie van de Latijnse taal bij tot de vorming van het logisch denken en van het abstractievermogen. In de derde graad ontdek je hoe de Latijnse literatuur een originele bijdrage heeft geleverd tot de West-Europese literatuur. Zo kom je in contact met een beschaving die één van de pijlers is van de Westerse wereld. Tot enkele eeuwen geleden was het Latijn immers de voertaal in Europa. Het Romeinse denken heeft onze mentaliteit bovendien grondig beïnvloed.

Bij moderne talen gaat de aandacht naar een grotere ontwikkeling van de communicatieve vaardigheden, naar de reflectie op taal en de kennismaking met anderstalige literatuur. Moderne talen spreken je echt aan. Je verdiepen in teksten, discussiëren in de vreemde taal, standpunten verdedigen, boeken lezen, kennismaken met belangrijke auteurs van vroeger en nu, projecten maken in verband met taal of literatuur: al deze elementen zijn eigen aan de richting.

Voor welke leerlingen?

Heb je echte interesse voor taal en cultuur? Wil je dieper doordringen in één van de pijlers van de Westerse beschaving? Als je geboeid bent door de Latijnse taal en cultuur en je hebt een echte talenknobbel, zowel schriftelijk als mondeling, dan kun je deze studierichting volgen.

Lessentabel:

5de jaar

6de jaar

Aardrijkskunde

1

1

Duits

2

3

Engels

3

3

Esthetica

1

1

Frans

4

3

Geschiedenis

2

2

Godsdienst

2

2

Latijn

4

4

Lichamelijke opvoeding

2

2

Natuurwetenschappen

2

2

Nederlands

4

4

Talentuur

2

2

Wiskunde

4

4

Je capaciteiten en theoretische interesse voor natuurwetenschappen (aardrijkskunde, biologie, chemie, fysica) kun je in deze studierichting combineren met je belangstelling voor Latijn.

Elk natuurwetenschappelijk vak (chemie, fysica en biologie) besteedt aandacht aan de verzameling van experimenteel (of empirisch) feitenmateriaal en aan de inzichtelijke verwerking ervan. Hierbij werk je volgens één of meer fasen uit de wetenschappelijke methode. Je krijgt een grondige vorming in de kritische analyse en evaluatie van dit feitenmateriaal. Concreet betekent dit: een probleem zien en formuleren, een hypothese opstellen, ze toetsen aan experimenten, en de formulering van een besluit op basis van al deze gegevens. Dikwijls resulteert dit in een wiskundige formule. Je wordt ook getraind in het modeldenken, d.w.z. dat je een voorstelling of model van de werkelijkheid tracht te maken, om dan met behulp van dit model natuur-wetenschappelijke verschijnselen te verklaren. Op deze wijze maken we het onzichtbare toch tastbaar. De studierichtingen met de component wetenschappen doen enerzijds een beroep op sociale vaardigheden om samen experimenten uit te voeren en waarnemingen te doen, anderzijds ook op wiskundige aanleg om proeven accuraat te verklaren en oefeningen op te lossen.

Als je kiest voor Latijn, dan kies je voor een vorming waarin het taalkundige, het literaire en het culturele een belangrijke plaats innemen. Latijn is een taal die aan strakke regels en wetmatigheden gebonden is. De taal leent zich dan ook uitstekend voor de analyse van zakelijke, historische en juridische teksten. Door haar eigen aard draagt de studie van de Latijnse taal bij tot de vorming van het logisch denken en van het abstractievermogen. In de derde graad ontdek je hoe de Latijnse literatuur een originele bijdrage heeft geleverd tot de West-Europese literatuur. Zo kom je in contact met een beschaving die een van de pijlers is van de Westerse wereld. Tot enkele eeuwen geleden was het Latijn immers de voertaal in Europa. Het Romeinse denken heeft onze mentaliteit bovendien grondig beïnvloed.

Voor welke leerlingen?

Heb je echte interesse voor taal en cultuur? Wil je dieper doordringen in een van de pijlers van de Westerse beschaving? Spreken wetenschappen je aan? Dan kun je deze studierichting volgen.

Lessentabel:

5de jaar

6de jaar
Aardrijkskunde

1

2

Biologie

2

1

Chemie

2

2

Engels

2

2

Esthetica

1

1

Frans

3

3

Fysica

2

2

Geschiedenis

2

2

Godsdienst

2

2

Latijn

4

4

Lichamelijke opvoeding

2

2

Nederlands

4

4

Talentuur

2

2

Wiskunde

4

4

Als je kiest voor Latijn, dan kies je voor een vorming waarin het taalkundige, het literaire en het culturele een belangrijke plaats innemen. Latijn is een taal die aan strakke regels en wetmatigheden gebonden is. De taal leent zich dan ook uitstekend voor de analyse van zakelijke, historische en juridische teksten. Door haar eigen aard draagt de studie van de Latijnse taal bij tot de vorming van het logisch denken en van het abstractievermogen. In de derde graad ontdek je hoe de Latijnse literatuur een originele bijdrage heeft geleverd tot de West-Europese literatuur. Zo kom je in contact met een beschaving die één van de pijlers is van de Westerse wereld. Tot enkele eeuwen geleden was het Latijn immers de voertaal in Europa. Het Romeinse denken heeft onze mentaliteit bovendien grondig beïnvloed.

Deze richting combineert de analyse van de Latijnse teksten en cultuur met zin voor logisch en mathematisch denken in wiskunde en wetenschappen.

In de derde graad ga je de wiskundige redeneertaal verder uitdiepen. Je wordt geconfronteerd met problemen met een hogere moeilijkheidsgraad en ontwikkelt een wiskundige denkmethode. Je wordt uitgedaagd om wiskundige problemen zelfstandig aan te pakken. Zo krijg je de kans om te groeien in zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

Als je voor de 6+2 uur wiskunde kiest, verwacht je dan aan wiskunde die abstracter en theoretischer is.

Voor welke leerlingen?

Heb je echte interesse voor taal en cultuur? Wil je dieper doordringen in één van de pijlers van de Westerse beschaving? Als je geboeid bent door de Latijnse taal en cultuur en een goed inzicht hebt in wiskunde, dan kun je deze studierichting volgen.

Lessentabel Latijn – Wiskunde 6u:

5de jaar

6de jaar

Aardrijkskunde

1

1

Biologie

1

1

Chemie

1

1

Chemie plus

0

1

Engels

2

2

Esthetica

1

1

Frans

3

3

Fysica

1

1

Fysica plus

1

0

Geschiedenis

2

2

Godsdienst

2

2

Latijn

4

4

Lichamelijke opvoeding

2

2

Nederlands

4

4

Talentuur

2

2

Wiskunde

6

6

Lessentabel Latijn-Wiskunde 8u:

5de jaar

6de jaar

Aardrijkskunde

1

1

biologie

1

1

Chemie

1

1

Engels

2

2

Frans

3

3

Fysica

1

1

Geschiedenis

2

2

Godsdienst

2

2

Latijn

4

4

Lichamelijke opvoeding

2

2

Nederlands

4

4

Talentuur

2

2

Wiskunde

6

6

Wiskunde plus

2

2

Je capaciteiten en theoretische interesse voor natuurwetenschappen (aardrijkskunde, biologie, chemie, fysica) kun je in deze studierichting combineren met je belangstelling voor moderne talen.

Elk natuurwetenschappelijk vak (chemie, fysica en biologie) besteedt aandacht aan de verzameling van experimenteel (of empirisch) feitenmateriaal en aan de inzichtelijke verwerking ervan. Hierbij werk je volgens één of meer fasen uit de wetenschappelijke methode. Je krijgt een grondige vorming in de kritische analyse en evaluatie van dit feitenmateriaal. Concreet betekent dit: een probleem zien en formuleren, een hypothese opstellen, ze toetsen aan experimenten, en de formulering van een besluit op basis van al deze gegevens. Dikwijls resulteert dit in een wiskundige formule. Je wordt ook getraind in het modeldenken, d.w.z. dat je een voorstelling of model van de werkelijkheid tracht te maken, om dan met behulp van dit model natuurwetenschappelijke verschijnselen te verklaren. Op deze wijze maken we het onzichtbare toch tastbaar. De studierichtingen met de component wetenschappen doen enerzijds een beroep op sociale vaardigheden om samen experimenten uit te voeren en waarnemingen te doen, anderzijds ook op wiskundige aanleg om proeven accuraat te verklaren en oefeningen op te lossen.

Bij moderne talen gaat de aandacht naar een grotere ontwikkeling van de communicatieve vaardigheden, naar de reflectie op taal en de kennismaking met anderstalige literatuur. Moderne talen spreken je echt aan. Je verdiepen in teksten, discussiëren in de vreemde taal, standpunten verdedigen, boeken lezen, kennismaken met belangrijke auteurs van vroeger en nu, projecten maken in verband met taal of literatuur: al deze elementen zijn eigen aan de richting.

Voor welke leerlingen?

Als je een echte talenknobbel hebt, zowel schriftelijk als mondeling, en je bent geboeid door wetenschappen, dan kun je deze studierichting volgen.

Lessentabel:

5de jaar 6de jaar
Aardrijkskunde

1

2

Biologie

2

1

Chemie

2

2

Duits

2

3

Engels

3

3

Esthetica

1

1

Frans

4

3

Fysica

2

2

Geschiedenis

2

2

Godsdienst

2

2

Lichamelijke opvoeding

2

2

Nederlands

4

4

Talentuur

2

2

Wiskunde

4

4

De leerlingen verkennen de wisselwerking tussen mens, voeding, milieu en hun eigen positie daarbinnen. Een groot deel van de lestijden wordt besteed aan competentie-ontwikkelend leren. Een competentie is een combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes. Bij integraal leren zal je telkens 4 competenties oefenen en beoordelen: onderzoek, organisatie, presentatie, en studieloopbaan. Integraal leren omvat de volgende vakken: sociale- en natuurwetenschappen, voeding en expressie.

De wetenschappelijke onderbouwing gebeurt vanuit natuurwetenschappen (dit is een combinatie van chemie, fysica, biologie) en sociale wetenschappen (een combinatie van ontwikkelingspsychologie en het menselijk gedrag). In deze studierichting blijft de mens centraal staan.

Je ontwikkelt sociale, technische, organisatorische, creatieve en expressieve vaardigheden. Je leert ook natuurwetenschappelijke en sociaalwetenschappelijke thema’s onderzoeken en persoonsgerichte activiteiten organiseren, aangepast aan verschillende doelgroepen en contexten.kennis van wetenschappen.

Voor welke leerling?

Ben je een sociaal voelend en creatief persoon met organisatietalent? Denk jij graag na over sociale en maatschappelijke thema’s én experimenteer je ook graag?  Heb je een grote interesse om met voeding te werken en wil je je theoretische achtergrond hierover verrijken? Dan is deze richting wellicht iets voor jou.

Na de 2de graad SW kan je naar een 3de graad SW. Instromen na een vierde jaar vanuit een andere richting kan met enige basiskennis van wetenschappen.

Lessentabel:

5de jaar

6de jaar

Aardrijkskunde

1

1

Engels

2

2

Frans

3

3

Geschiedenis

1

1

Godsdienst

2

2

Integrale opdracht

5

5

Lichamelijke opvoeding

2

2

Natuurwetenschappen

4

4

Nederlands

4

4

Sociale wetenschappen

4

4

Talentuur

2

2

Wiskunde

3

3

Lessentabel:

Frans

1

Godsdienst

2

Lichamelijk Opvoeding

2

Project Algemene Vakken

4

Talentuur

1

Verzorging

23

Je capaciteiten en theoretische interesse voor natuur-wetenschappen (aardrijkskunde, biologie, chemie, fysica) kun je in deze studierichting combineren met je belangstelling voor wiskunde.

Elk natuurwetenschappelijk vak (chemie, fysica en biologie) besteedt aandacht aan de verzameling van experimenteel (of empirisch) feitenmateriaal en aan de inzichtelijke verwerking ervan. Hierbij werk je volgens één of meer fasen uit de wetenschappelijke methode. Je krijgt een grondige vorming in de kritische analyse en evaluatie van dit feitenmateriaal. Concreet betekent dit: een probleem zien en formuleren, een hypothese opstellen, ze toetsen aan experimenten, en de formulering van een besluit op basis van al deze gegevens. Dikwijls resulteert dit in een wiskundige formule. Je wordt ook getraind in het modeldenken, d.w.z. dat je een voorstelling of model van de werkelijkheid tracht te maken, om dan met behulp van dit model natuur-wetenschappelijke verschijnselen te verklaren. Op deze wijze maken we het onzichtbare toch tastbaar. De studierichtingen met de component wetenschappen doen enerzijds een beroep op sociale vaardigheden om samen experimenten uit te voeren en waarnemingen te doen, anderzijds ook op wiskundige aanleg om proeven accuraat te verklaren en oefeningen op te lossen.

In de derde graad ga je de wiskundige redeneertaal verder uitdiepen. Je wordt geconfronteerd met problemen met een hogere moeilijkheidsgraad en ontwikkelt een wiskundige denkmethode. Je wordt uitgedaagd om wiskundige problemen zelfstandig aan te pakken. Zo krijg je de kans om te groeien in zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

Als je voor de 8 uur wiskunde kiest, verwacht je dan aan wiskunde die abstracter en theoretischer is. Je hebt dan geen seminarie. In het seminarie wiskunde is de wiskunde eerder van praktische aard. Hier werk je meer probleemgestuurd.

Voor welke leerlingen?

Indien je een goed inzicht hebt in wiskunde en geboeid bent door wetenschappen, dan kun je deze studierichting volgen. Je hebt best een aso-studierichting met 5 uren wiskunde achter de rug. Kom je uit een richting met 4 uren wiskunde, dan moet je bereid zijn om zelfstandig de ontbrekende kennis bij te werken.

Lessentabel Wetenschappen – Wiskunde 6u:

5de jaar

6de jaar

Aardrijkskunde

1

2

Biologie

2

1

Chemie

2

2

Engels

2

2

Esthetica

1

1

Frans

3

3

Fysica

2

2

Geschiedenis

2

2

Godsdienst

2

2

Labo

1

1

Lichamelijke opvoeding

2

2

Nederlands

4

4

Scientific English

1

1

Talentuur

2

2

Wiskunde

6

6

Lessentabel Wetenschappen – Wiskunde 8u:

5de jaar

6de jaar

Aardrijkskunde

1

2

Biologie

2

1

Chemie

2

2

Engels

2

2

Esthetica

1

1

Frans

3

3

Fysica

2

2

Geschiedenis

2

2

Godsdienst

2

2

Lichamelijke opvoeding

2

2

Nederlands

4

4

Talentuur

2

2

Wiskunde

6

6

Wiskunde plus

2

2

Talenturen 3de graad

Wij vinden het belangrijk dat je niet alleen met je neus in de boeken zit, maar ook leert door te doen en te ervaren. Daarom kan je iedere week een talentuur volgen waarin je op ontdekkingstocht gaat naar je talenten en interesses. De zelfkennis die je daarmee ontwikkelt, komt later goed van pas. Tijdens dit uur ga je in een ontspannen sfeer aan de slag met creatieve opdrachten, groepswerk, presentaties, enzoverder. Je krijgt geen punten voor dit vak, maar je wordt wel permanent geëvalueerd door middel van woordcommentaar.

In de 3de graad kies je voor een talentuur van 2 uur per week.
Hieronder vind je de mogelijkheden